Prix Galien
MAT-NL-2100231 (v0.2) 02-2021 VERKORTE PRODUCTINFORMATIE | LIBTAYO ® 350 MG CONCENTRAATVOOR OPLOSSING VOOR INFUSIE ▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via de website van het NederlandsBijwerkingenCentrum Lareb (www.lareb.nl ). Samenstelling: LIBTAYO® 350 mg concentraat voor oplossing voor infusie bevat per 1 ml concentraat 50 mg cemiplimab. Elke injectieflacon bevat 350 mg cemiplimab in 7 ml oplossing. Indicatie: LIBTAYO als monotherapie is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met gemetastaseerd of lokaalgevorderd cutaan plaveiselcelcarcinoom (cutaan squameuzecelcarcinoom, mCSCC of laCSCC) die niet in aanmerking komen voor curatieve chirurgie of curatieve radiotherapie. Dosering: Therapie dient te worden gestart door en onder toezicht te staan van ervaren specialisten op het gebied van kankerbehandeling. Dosering De aanbevolen dosis is 350 mg, elke 3 weken, toegediend als intraveneus infuus gedurende 30 minuten. De behandeling kan worden voortgezet tot ziekteprogressie of onacceptabele toxiciteit optreedt. Er worden geen dosisverlagingen aanbevolen. Uitstellen van de dosis of stopzetting kan nodig zijn op basis van individuele veiligheid en tolerantie. Kinderen: de veiligheid en werkzaamheid van LIBTAYO bij kinderen en adolescenten onder de leeftijd van 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. Ouderen: er wordt geen dosisaanpassing aanbevolen voor oudere patiënten. Blootstelling aan cemiplimab is vergelijkbaar bij alle leeftijdsgroepen. Verminderde nierfunctie: er wordt geen dosisaanpassing voor LIBTAYO aanbevolen bij patiënten met nierfunctiestoornis. Er zijn beperkte gegevens voor LIBTAYO bij patiënten met ernstige nierfunctiestoornis, CLcr 15 tot 29 ml/min. Verminderde leverfunctie: er wordt geen dosisaanpassing aanbevolen bij patiënten met lichte leverfunctiestoornis. LIBTAYO is niet onderzocht bij patiënten met matige of ernstige leverfunctiestoornis. Er zijn onvoldoende gegevens bij patiënten met matige of ernstige leverfunctiestoornis voor aanbevelingen inzake dosering. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de vermelde hulpstoffen. Waarschuwingen: Immuungerelateerde bijwerkingen Er zijn ernstige en fatale immuungerelateerde bijwerkingen waargenomen met cemiplimab zoals immuungerelateerde pneumonitis, immuungerelateerde colitis, immuungerelateerde hepatitis, immuungerelateerde endocrinopathieën (hypothyroïdie, hyperthyroïdie, hypofysitis, bijnierinsufficiëntie, diabetes mellitus type 1), immuungerelateerde huidreacties, immuungerelateerde nefritis, paraneoplastische encefalomyelitis, meningitis, myositis, myocarditis en myasthenia gravis. Volg patiënten op tekenen en symptomen van immuungerelateerde bijwerkingen Behandeling met cemiplimab kan bij patiënten bij wie een solide orgaan is getransplanteerd het risico op afstoting van dit orgaan verhogen.Tevens kanLibtayo ernstige of levensbedreigende infusiegerelateerde reacties veroorzaken. Interacties: Er is geen onderzoek naar farmacokinetische interacties tussen geneesmiddelen uitgevoerd met cemiplimab. Het gebruik van systemische corticosteroïden of immunosuppressiva voorafgaand aan de opstart van cemiplimab, behalve fysiologische doses van systemische corticosteroïden (≤ 10 mg/per dag prednison of equivalent), moet vermeden worden omwille van hun mogelijke verstoring van de farmacodynamische activiteit en werkzaamheid van cemiplimab. Zwangerschap: Cemiplimab wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap en bij meisjes en vrouwen die zwanger kunnen worden en die geen effectieve anticonceptie gebruiken, tenzij het klinisch voordeel zwaarder weegtdan hetmogelijke risico. Indieneen vrouw ervoor kiest om te worden behandeldmet cemiplimab, dient zij geïnstrueerd te wordenom geen borstvoeding te geven tijdens behandeling met cemiplimab en gedurende minstens 4 maanden na de laatste dosis. Bijwerkingen: De meest frequent voorkomende bijwerkingen in alle graden waren infusiegerelateerde reacties (4,1%), hypothyroïdie (9,6%), hyperthyroïdie (2,7%), pneumonitis (5,9%), diarree (13,2%), stomatitis (2,4%), hepatitis (1,4%), uitslag (23,3%), pruritis (12,3%), artralgie (5,0%), skeletspierstelselpijn (4,1%), artritis (1,4%), vermoeidheid (21,5%), alanine-aminotransferase verhoogd (5,5%), aspartaataminotransferase verhoogd (5,0%), alkalische fosfatase in het bloed verhoogd (2,7%), creatinine in het bloed verhoogd (1,8%). De meest frequent optredende graa d ≥3 bijwerkingen (variërend van <0,1-2,3%) waren diabetes mellitus type 1, bijnierinsufficiëntie, hypofysitis, paraneoplastische encefalomyelitis, encefalitis, meningitis, Guillain-Barré-syndroom, myocarditis, pericarditis, pneumonitis, dyspneu, diarree, hepatitis, uitslag, skeletspierstelselpijn, artritis, myositis, vermoeidheid, alanine-aminotransferase verhoogd, aspartaataminotransferase verhoogd. Er zijn ernstige cutane bijwerkingen, waaronder Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) gemeld in verband met cemiplimabbehandeling. ATC- code: L01XC33. Verpakking: LIBTAYO 350 mg concentraat voor oplossing voor infusie bevat per verpakking 1 injectieflacon.(EU/1/19/1376/001). Aflevering: U.R. Voor prijzen zie de Z-index taxe. Deze informatie is het laatst herzien in november 2020. Voor meer informatie zie de geregistreerde productinformatie. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen: Regeneron Ireland Designated Activity Company (DAC), Europa House, Harcourt Centre, Harcourt Street, Dublin 2, Ierland. Lokale vertegenwoordiger: Genzyme EuropeB.V.,Paasheuvelweg 25, 1105 BPAmsterdam,Tel.: 020245 4000. VERKORTE PRODUCTINFORMATIE ONDEXXYA ▼ 200 MG POEDER VOOR OPLOSSING VOOR INFUSIE (ANDEXANET ALFA) Zie voor meer informatie de Summary of Product Characteristics (SmPC). De meest recente versie van de SmPC is beschikbaar op de website van de European Medicines Agency (EMA), www.ema.europa.eu . Samenstelling Elke injectieflacon bevat 200 mg andexanet alfa. Na reconstitutie bevat elke ml oplossing 10 mg andexanet alfa. Farmacotherapeutische categorie Alle andere therapeutische producten, antidota. ATC-code: V03AB38. Ther- apeutische indicaties Voor volwassenpatiëntendiewordenbehandeldmet eendirecte factorXa-remmer (fXa-remmer) (apixabanof rivaroxaban) wanneer omkering van antistolling nodig is als gevolg van levensbedreigende of ongecontroleerde bloedingen. Dosering en wijze van toedien- ing Zie de SmPC voor meer informatie over de dosering en wijze van toediening. Aanbevolen dosering Ondexxya wordt toegediend als een intra- veneuze (i.v.) bolus met een streefwaarde van ongeveer 30 mg/min gedurende 15 minuten (lage dosis) of 30 minuten (hoge dosis), gevolgd door toediening van een continue infusie van 4 mg/min (lage dosis) of 8 mg/min (hoge dosis) gedurende 120 minuten. Omkering van apixaban Het aan- bevolen doseringssche ma van Ondexxya is g ebaseerd op de dosis apixaban die de patiënt gebruikt op het moment van omkering van de anti- stolling, alsmedeopde tijddie is verstreken sindsde laatstedosis apixaban vandepatiënt.Wanneerde laatstedosering van apixaban ≤5mgwas, dan wordt de lage dosis toegediend. Wanneer de laatste dosering van apixaban > 5 mg of onbekend was en er < 8 uur of een onbekende tijd zijn verstreken voorde toediening vanOndexxya,danwordtdehogedosis toegediend.Wanneerde laatstedosering vanapixaban>5mgofonbekend wasmaarer≥8uur zijn verstreken voorafgaandaande toediening vanOndexxya,danwordtde lagedosis toegediend. Omkering van rivaroxaban Het aanbevolen doseringsschema van Ondexxya is gebaseerd op de dosis rivaroxaban die de patiënt gebruikt op het moment van omkering van de antistolling, alsmedeopde tijddie is verstreken sindsde laatstedosis rivaroxaban vandepatiënt.Wanneerde laatstedosering van rivaroxaban ≤ 10 mg was, dan wordt de lage dosis toegediend. Wanneer de laatste dosering van rivaroxaban > 10 mg of onbekend was en er < 8 uur of een onbekende tijd zijn verstreken voor de toediening van Ondexxya, dan wordt de hoge dosis toegediend. Wanneer de laatste dosering van rivarox- aban > 10mgofonbekendwasmaarer ≥8 uur zijn verstreken voorafgaand aande toediening vanOndexxya,danwordtde lagedosis toegediend. Hervatting van antitrombotische therapie Na toediening van Ondexxya en het beëindigen van een ernstige bloeding moet hernieuwde antistolling worden overwogen om trombotische voorvallen als gevolg van de onderliggendemedische aandoening van de patiënt te voorkomen.Antitrombo- tische therapie kan opnieuw worden gestart zodra dit na de behandeling medisch is geïndiceerd als de patiënt klinisch stabiel is en er voldoende hemostase isbereikt.Bij hetmedischoordeelmoeteen afwegingwordengemaakt tussende voordelen van antistollingende risico’s van hernieu- wde bloeding. Oudere patiënten (65 jaar en ouder): bij oudere patiënten is dosisaanpassing niet nodig. Nierinsufficiëntie: het effect van nierinsuf- ficiëntie op de blootstellingsniveaus aan andexanet alfa is niet geëvalueerd. Op basis van de bestaande gegevens over de klaring wordt er geen dosisaanpassing aanbevolen. Leverinsufficiëntie: opbasis vandebestaandegegevensoverde klaring van andexanet alfawordtergeendosisaan- passing aanbevolen.De veiligheidenwerkzaamheidbijpatiëntenmet leverinsufficiëntie zijn nietonderzocht.Pediatrischepatiënten:De veiligheid en werkzaamheid van andexanet alfa bij kinderen en adolescenten zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. Wijze van toediening Intraveneus gebruik: Nadat een passend aantal injectieflacons met Ondexxya is gereconstitueerd, wordt de gereconstitueerde oplossing (10 mg/ ml) zonder verdere verdunning, voorafgaand aan toediening door i.v. infusie, met behulp van een inlinefilter van polyethersulfon (PES) van 0,2 of 0,22 micron of een gelijkwaardig laag eiwitbindend filter, overgebracht naar steriele spuiten met groot volume indien er een spuitpomp voor de toediening wordt gebruikt of naar geschikte lege infuuszakken van het materiaal polyolefine (PO) of polyvinylchloride (PVC). Voor instructies over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie de volledige tekst in de SmPC. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Bekende allergische reactie op hamstereiwitten. Bijzonderewaarschuwingenen voorzorgenbij gebruik Beperkingen vangebruik De klinischewerkzaamheid isgebaseerdopdeomkering van anti-fXa-activiteitbijgezonde vrijwilligers aanwie apixabanof rivaroxaban is toegediend.Andexanetalfa isnietgeschiktals voorbehandelingbij spoedeisendeoperaties.Gebruik vooromkering van edoxaban of enoxaparine wordt niet aanbevolen vanwege een gebrek aan gegevens. Andexanet alfa zal de effecten van niet-fXa-remmers niet omkeren. De monitoring van de behandeling dient voornamelijk gestoeld te zijn op klinische parameters die indicatief zijn voor een geschikte re- spons (d.w.z. het bereiken van hemostase), gebrek aan werkzaamheid (d.w.z. opnieuw bloeden) en bijwerkingen (d.w.z. trombo-embolische voor- vallen).Monitoring vandebehandelingmetandexanetalfamagnietgebaseerd zijnopanti-FXa-activiteit.Commerciëleanti-FXa-activiteitstests zijn niet geschikt voor het meten van anti-FXa-activiteit na toediening van andexanet alfa, aangezien deze tests leiden tot foutief verhoogde an- ti-FXa-activiteitsniveaus, met als gevolg een aanzienlijke onderschatting van het omkerend effect van andexanet alfa.De dosisaanbeveling is geb- aseerd op gegevensmodellering van gezonde vrijwilligers. Validatie is nog niet geslaagd. Gegevens over bloedende patiënten zijn beperkt. Voor- lopige gegevens duiden op een hoger risico op trombose bij patiënten die de hogere dosis andexanet ontvangen, voorheen de lagere dosis van de anti-fXa-remmer kregen, en patiënten die rivaroxaban gebruiken. In ANNEXA-4 zijn patiënten opgenomen met intracraniële hemorragie (ICH) (glasgowcomaschaal [GCS] > 7 en hematoomvolume < 60 ml). De behandeling met andexanet alfa van patiënten met ernstigere ICH is niet onder- zocht. Trombotische voorvallen Er zijn trombotische voorvallen gemeld na behandeling met andexanet alfa. Patiënten die behandeld worden met fXa-remmertherapie hebben onderliggende ziektetoestanden die hen predisponeren voor trombotische voorvallen.Omkerende fXa-remmerthera- pie stelt patiënten bloot aan het trombotische risico van hun onderliggende ziekte. Bovendien kan het onafhankelijk protrombotisch effect van andexanet alfa niet worden uitgesloten. De duur van dit effect bij bloedende patiënten is niet bekend. Laboratoriumparameters zoals anti-fXa-ac- tiviteit, endogeen trombinepotentieel (ETP) of trombosemarkers zijn mogelijk niet betrouwbaar als leidraad. Om dit risico te verminderen, moet hervatting vande antistollingstherapie na voltooiing vandebehandelingwordenoverwogen zodraditmedischpassend is.Bijgezonde vrijwilligers werden dosisafhankelijke verhogingen van de stollingsmarkers F1 + 2, TAT en D-dimeer na toediening van andexanet alfa waargenomen, maar er werden geen trombo-embolische voorvallen gemeld. Deze markers werden niet gemeten bij patiënten die deelnamen aan het ANNEXA-4-onder- zoek, maar er zijn trombo-embolische voorvallen waargenomen. Monitoren op klachten en symptomen van trombose wordt daarom sterk aanbev- olen. Gebruik vanandexanetalfa in combinatiemetandereondersteunendemaatregelen Andexanetalfakanwordengebruikt in combinatiemet standaard hemostatische ondersteunende maatregelen die als medisch passend moeten worden beschouwd. De veiligheid van andexanet alfa is niet geëvalueerd bij patiënten die binnen zeven dagen voorafgaand aan het bloedingsvoorval protrombinecomplexconcentraten, recombinant factor VIIa of volbloed kregen, want zij werden uitgesloten van klinische onderzoeken. Procoagulante factorbehandelingen (bijv. 3- of 4-factor protrombinecomplexconcentraat (PCC)/geactiveerd PCC, recombinant factor VIIa, vers bevroren plasma) en volbloed dienen vanwege het gebrek aan gegevens in combinatie met deze behandelingen vermeden te worden, tenzij beslist noodzakelijk. Interactie met heparine Het gebruik van andexanet voorafgaand aan heparinisatie, bijv. tijdens een operatie, moet worden vermeden omdat andexanet ongevoeligheid voor heparine veroorzaakt. Het gebruik van andexanet als antidotum voor heparine of heparine met laag moleculair gewicht is niet geëvalueerd en wordt niet aanbevolen. Infusiegerelateerde reacties Ingeval van lichteofmatige infusiereacties kan zorgvuldigeobservatie voldoende zijn.Bijmatige symp- tomen kan een korte onderbreking of vertraging van de infusie met hervatting van de infusie na het afnemen van de symptomen worden overwo- gen. Difenhydramine mag worden toegediend. Zie de volledige tekst in de SmPC voor specifieke informatie over: (a) interacties met andere geneesmiddelenenandere vormen van interactie, (b) vruchtbaarheid, zwangerschapenborstvoeding, (c)beïnvloeding vande rijvaardigheidenhet vermogen om machines te bedienen en (d) overdosering. Bijwerkingen De meest frequent waargenomen bijwerkingen in klinische onderzoeken met gezonde proefpersonenwaren lichte ofmatige infusiegerelateerde reactiesmet symptomen zoals overmatig blozen en het heet hebben (zeer vaak), en hoesten, dysgeusie en dyspneu (vaak) binnen enkele minuten tot enkele uren na de infusie. Voorbijgaande verhogingen in D dimeer- en protrombinefragmenten F1 + 2 zijn ook zeer vaak waargenomen bij gezonde proefpersoon. Andere vaak voorkomende bijwerkingen bij gezonde proefpersonen waren urticaria, houdingsafhankelijke duizeligheid, hoofdpijn, hartkloppingen, abdominaal ongemak en abdominale pijn, droge mond, misselijkheid, pruritus, pruritus (gegeneraliseerd), rugpijn, spierspasmen, borstongemak, hyperhidrose en perifere koude. Bij patiënten die werden behandeld met andexanet alfa en een acute ernstige bloedingsepisode hadden, waren vaak voorkomende bijwerkingen ischemische beroerte en pyrexie, en waren soms voorkomende bijwerkingen cerebraal infarct, cerebrovasculair accident, transient ischaemic attack, accuut myocardinfact, hartstilstand, myocardinfarct, diepe veneuze trombose, arteria iliaca-occlusie en longembolie. Zie de volledige tekst in de SmPC voor meer informatie over bijwerkingen die zijn gemeld voor Ondexxya. Afleverstatus: U.R. Afleveringsvorm: doos met 4 x 1 injectieflacon. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen Alexion Europe SAS, 103-105 rue Anatole France, 92300 Levallois-Perret, Frankrijk Nummer van de vergunning EU/1/18/1345/001 Voor meer informatie: E-Mail: MedInfo.EMEA@alexion.com Gebaseerd op SmPC van 02/2021. Versie:2/02-2021 ▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroeps- beoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website :www.lareb.nl.Bijwerkingen kunnenookwordengemeldaanPortolaNetherlandsB.V. viahetemailadresPharmacovigilance.Netherlands@ alexion.com. VERKORTE PRODUCTINFORMATIE ONDEXXYA ▼ 200 MG POEDER VOOR OPLOSSING VOOR INFUSIE (ANDEXANET ALFA) Zie or meer inf rmatie de Summary of Product Characteristics (SmPC). De meest recente versie van d SmPC is beschikbaar op de website van de European Medicines Agency (EMA), www.ema.europa.eu . S m nstelling Elke injectieflacon bevat 200 mg andexanet alfa. Na reconstitutie bevat elke ml oplossing 10 mg andexanet alfa. Farmacotherapeutische categorie Alle andere therapeutische producten, antidota. ATC-code: V03AB38. Ther- apeutische indicaties Voor volwassenpatiëntendiewordenbehandeldmet eendirecte factorXa-remmer (fXa-remmer) (apixabanof rivaroxaban) wanneer omkering van antistolling nodig is als gevolg van levensbedreigende of ongecontroleerde bloedingen. Dosering en wijze van toedien- ing Zie de SmPC voor meer informatie over de dosering en wijze van toediening. Aanbevolen dosering Ondexxya wordt toegediend als een intra- veneuze (i.v.) bolus met een streefwaarde van ongeveer 30 mg/min gedurende 15 minuten (lage dosis) of 30 minuten (hoge dosis), gevolgd door toediening van een continue infusie van 4 mg/min (lage dosis) of 8 mg/min (hoge dosis) gedurende 120 minuten. Omkering van apixaban Het aan- bevolen doseringsschema van Ondexxya is gebaseerd op de dosis apixaban die de patiënt gebruikt op het moment van omkering van de anti- stolling, alsmedeopde tijddie is verstreken sindsde laatst dosis apixaban vandepatiënt.Wanneerde laatstedosering van apixaban ≤5mgwas, da wordt de lage dosis to g diend. Wann er de laatste dosering van apixaban > 5 mg f onb k nd was en er < 8 uur of e n nbekende tijd zijn verstreken voorde to di ing vanOnd xxya,danwordtd hoged sis toegedien .Wann erde l atstedosering vanapixaban>5mgofonbek wasm arer≥8uur zijn verstrek n voorafgaandaande toedieni g vanOndexxya,danwordtde lagedo is toegedie d. Omkeri g van rivaroxaban Het aanbe olen doseringsschema van Ondexxya is gebaseerd op de osis rivaroxaban die de patië t ebruikt op het moment van omkering van de antis olling, alsmedeopde tijd ie is verstreken sindsde laatste osis rivaroxaban van epatiënt.Wanneerde laatstedosering van i aroxaban ≤ 10 mg was, dan wordt de lage osis t eg diend. Wa neer de laatste dos ring van rivaroxaban > 10 mg of onbeke d was en er < 8 uur of e n onbekende tijd zijn verstreken voor de toediening van Ondexxya, dan wordt de hoge dosis toegediend. Wanneer de laatste dosering van rivarox- aban > 10mgofonbekendwasmaarer ≥8 uur zijn verstreken voorafgaand aande toediening vanOndexxya,danwordtde lagedosis toegediend. Hervatting van antitrombotische therapie Na toediening van Ondexxya en het beëindigen van een ernstige bloeding moet hernieuwde antistolling worden overwogen om trombotische voorvallen als gevolg van de onderliggendemedische aandoening van de patiënt te voorkomen.Antitrombo- tische therapie kan opnieuw worden gestart zodra dit na de behandeling medisch is geïndiceerd als de patiënt klinisch stabiel is en er voldoende hemostase isbereikt.Bij hetmedischoordeelmoeteen afwegingwordengemaakt tussende voordelen van antistollingende risico’s van hernieu- wde bloeding. Oudere patiënten (65 jaar en ouder): bij oudere patiënten is dosisaanpassing niet nodig. Nierinsufficiëntie: het effect van nierinsuf- ficiëntie op de blootstellingsniveaus aan andexanet alfa is niet geëvalueerd. Op basis van de bestaande gegevens over de klaring wordt er geen dosisaanpassing aanbevolen. Leverinsufficiëntie: opbasis vandebestaandegegevensoverde klaring van andexanet alfawordtergeendosisaan- passing aanbevolen.De veiligheidenwerkzaamheidbijpatiëntenmet leverinsufficiëntie zijn nietonderzocht.Pediatrischepatiënten:De veiligheid en werkzaamheid van and xanet alfa bij kinderen en adolesce ten zijn niet vast steld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. Wijze van toediening Intraveneus gebruik: Nadat ee passend aantal injectieflacons met Ondexxya is gereconst u erd, w r t d gereconstitueerde oplossing (10 mg/ ml) zonder verdere v rdun ing, voorafgaa d aan toediening door i.v. infusie, met behulp van een inlinefilter an polyethersulfon (PES) van 0,2 of 0,22 micron of een gelijkwaardig laag eiwitbindend filter, overgebracht naar st riele spuiten met groot volume ind n er een spuitp p voor de toediening wordt gebruikt of naar geschikte lege infuuszakken van het materiaal polyolefine (PO) of polyvinylchloride (PVC). Voor instructies over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie de volledige tekst in de SmPC. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. Bekende allergische reactie op hamstereiwitten. Bijzonderewaarschuwingenen voorzorgenbij gebruik Beperkingen vangebruik De klinischewerkzaamheid isgebaseerdopdeomkering van anti-fXa-activiteitbijgezonde vrijwilligers aanwie apixabanof rivaroxaban is toegediend.Andexanetalfa isnietgeschiktals voorbehandelingbij spoedeisendeoperaties.Gebruik vooromkering van edoxaban of enoxaparine wordt niet aanbevolen vanwege een gebrek aan gegevens. Andexanet alfa zal de effecten van niet-fXa-remmers niet omkeren. De monitoring van de behandeling dient voornamelijk gestoeld te zijn op klinische parameters die indicatief zijn voor een geschikte re- spons (d.w.z. het bereiken van hemostase), gebrek aan werkzaamheid (d.w.z. opnieuw bloeden) en bijwerkingen (d.w.z. trombo-embolische voor- vallen).Monitoring vandebehandelingmetandexanetalfamagnietgebaseerd zijnopanti-FXa-activiteit.Commerciëleanti-FXa-activiteitstests zijn niet geschikt voor het meten van anti-FXa-activiteit na toediening van andexanet alfa, aangezien deze tests leiden tot foutief verhoogde an- ti-FXa-activiteitsniveaus, met als gevolg een aanzienlijke onderschatting van het omkerend effect van andexanet alfa.De dosisaanbeveling is geb- aseerd op gegevensmodellering van gezonde vrijwilligers. Validati is nog ni t geslaagd. Gegevens over bloedende patiënt n zijn beperkt. Voor- lopige geg vens duiden op een hoger risico op trombose bij patiënten die de hog re d sis andexanet ontvangen, voorhe de lagere dosis van de anti-fXa-remm r kregen, en patiënten die rivaroxaban gebruiken. In ANNEXA-4 zijn patiënt opgenomen met intracraniële hemorragi (ICH) (glasgowcom schaal [GCS] > 7 en hematoomvol me < 60 ml). De behan eling met andexa et alfa van patiënten met ernstigere ICH i niet onder- zocht. Tromb tische voorvallen Er zijn tromb tische v orvallen gemeld na beha deling met andexanet alf . Patiënten die behandeld wo den m t fXa-remmertherapie hebben onderliggende ziektetoestanden die hen predisponeren voor trombotische voorvallen.Omkerende fXa-remmerthera- pie stelt patiënten bloot aan het trombotische risico van hun onderliggend ziekte. Bovendien kan het onafhankelijk protrombotisch effect van andexanet alfa niet worden uitgesloten. De duur van dit effect bij bloedende patiënten is niet bekend. Laboratoriumparameters zoals anti-fXa-ac- tiviteit, endogeen trombinepotentieel (ETP) of trombosemarkers zijn mogelijk niet betrouwbaar als leidraad. Om dit risico te verminderen, moet hervatting vande antistollingstherapie na voltooiing vandebehandelingwordenoverwogen zodraditmedischpassend is.Bijgezonde vrijwilligers werden dosisafhankelijke verhogingen van de stollingsmarkers F1 + 2, TAT en D-dimeer na toediening van andexanet alfa waargenomen, maar er werden geen trombo-embolische voorvallen gemeld. Deze markers werden niet gemeten bij patiënten die deelnamen aan het ANNEXA-4-onder- zoek, maar er zijn trombo-embolische voorvallen waargenomen. Monitoren op klachten en symptomen van trombose wordt daarom sterk aanbev- olen. Gebruik vanandexanetalfa in combinatiemetandereondersteunendemaatregelen Andexanetalfakanwordengebruikt in combinatiemet standaard hemostatische ondersteunende maatregelen die als medisch passend moeten worden beschouwd. De veiligheid van andexanet alfa is niet geëvalueerd bij patiënt n die binnen zeven dagen voorafgaand aan het bloedingsvoorval protrombinecomplexconcentraten, recombinant factor VIIa of v lbloed kregen, want zij w rden uitg slot n van klinische onderzoeken. Procoagulante factorbehandeling n (bijv. 3- of 4-factor prot mbinecomplexconcentraat (PCC)/geactiveer PCC, recombina t factor VIIa, vers bevroren plasma) en volbloed dienen vanweg het gebrek a n gegev s i combinatie met deze b ha d lingen verm den te worden, tenzij beslist noodzakelijk. Int ractie met heparine Het gebruik van andexanet voorafgaand aan h parinisatie, bijv. tijdens een operatie, moe worden vermede omd t and xanet ongevoeligheid voor hepa ine veroorzaakt. Het gebruik van andexanet als antidotum voor heparine of heparine met laag moleculair gewicht is niet geëvalueerd n wordt niet aanb volen. Infusi gerelat erde r acties Ingeval van lichteofmatige infusiereacties kan zorgvul igeobservatie voldoende zijn.Bijmatige symp- tomen kan een korte onderbreking of vertraging van de infusie met hervatting van de infusie na het afnemen van de symptomen worden overwo- gen. Difenhydramine mag worden toegediend. Zie de volledige tekst in de SmPC voor specifieke informatie over: (a) interacties met andere geneesmiddelenenandere vormen van interactie, (b) vruchtbaarheid, zwangerschapenborstvoeding, (c)beïnvloeding vande rijvaardigheidenhet vermogen om machines te bedienen en (d) overdosering. Bijwerkingen De meest frequent waargenomen bijwerkingen in klinische onderzoeken met gezonde proefpersonenwaren lichte ofmatige infusiegerelateerde reactiesmet symptomen zoals overmatig blozen en het heet hebben (zeer vaak), en hoesten, dysgeusie en dyspneu (vaak) binnen enkele minuten tot enkele uren na de infusie. Voorbijgaande verhogingen in D dimeer- en protrombinefragmenten F1 + 2 zijn ook zeer vaak waargenomen bij gezonde proefpersoon. Andere vaak voorkomende bijwerkingen bij gezonde proefpersonen waren urticaria, houdingsafhankelijke duizeligheid, hoofdpijn, hartkloppingen, abdominaal ongemak en abdominale pijn, droge mond, misselijkheid, pruritus, pruritus (gegeneraliseerd), rugpijn, spierspasmen, borstongemak, hyperhidrose en perifere koude. Bij patiënten die werden behandeld met andexanet alfa en een acute ernstige bloedingsepisode hadden, waren vaak voorkomende bijwerkingen ischemische ber erte n pyrexie, n waren soms voorkomende bijwerkingen cerebraal infarct, cerebrovasculair accident, transient ischaemic attack, accuut my cardinfact, hartstilsta d, my cardinfarct, diepe veneuze trombose, arteria iliaca-occlusie en longembolie. Zie de volledige tekst in de SmPC voor meer informatie over bijwerkingen die zijn gemeld voor Ondexxya. Afleve rstatus: U.R. Afleveringsvo rm: doos met 4 x 1 injectieflacon. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen Alexion Europe SAS, 103-105 rue Anatole France, 92300 Levallois-Perret, Frankrijk Nummer van de vergunning EU/1/18/1345/001 Voor meer informatie: E-Mail: MedInfo.EMEA@alexion.com Gebaseerd op SmPC van 02/2021. Versie:2/02-2021 ▼ Dit gen eesmiddel is onderworpen a an aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroeps- beoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website :www.lareb.nl.Bijwerkingen kunnenookwordengemeldaanPortolaNetherlandsB.V. viahetemailadresPharmacovigilance.Netherlands@ alexion.com. Verkorte productinformatie Comirnaty (opgest ld: februari 2021). De volledige productinformatie (SPC) is op aanvraag verkrijgbaar. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling: Comirnaty bevat COVID-19-mRNA-vaccin (nucleosideg modificeerd). Eén injectieflacon (0.45 l) bevat n verdu ning 6 dos s van 0,3 ml; zie voor meer informatie de SPC. Eén dosis (0,3 ml) bevat 30 microgram COVID- 19-mRNA-vaccin (ingebed in lipidenanod eltj s). Enkelstrengs, 5’ -capped boodschapper-RNA (mRNA), gepr uce rd met behulp van een celvrije in-vitr transcriptie van de overeenkomende DNA- sjablonen, die voor he viral spike-eiwit (S-eiwit) van SARS-CoV-2 coderen. Indicatie: Comir aty is geïndiceerd voor actieve immunisatie bij personen van 16 jaar en ouder ter preventie van COVID-19 die wordt vero rza kt oor het SARS-CoV-2-virus. Het gebruik van dit va cin die t te g beuren in overeenstemming met de officiële aanbevelingen. Farmacotherapeutische categorie: vaccins, andere virale vacci s, ATC-code: J07BX. Dosering: Personen van 16 jaar en oud r. Na verdunni g wordt Comirnaty intra usculai toegediend als een kuur van 2 doses (van elk 0,3 ml). Het wordt aanbevolen de tweede dosis 3 weken na de eerste dosis toe te dienen. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de onderli ge verwisselb arheid van Comir aty met andere COVID 19 vaccins om de vaccinatiekuur te voltooien. Personen die 1 dosis Comirnaty hebben gekregen, moet n e tw ede dosis Comirnaty krijgen om de vaccinati kuur te voltooien. Pediatrische patiënten. De veiligheid e werkzaamheid van Comirnaty bij kinderen en adolescente jonger dan 16 jaar zijn nog niet vastge teld. Er zijn beperkte gegev ns beschikbaar. Oudere patiënten. Bij oudere p rsonen ≥ 65 jaar is een aanpassing van de dosering niet noodzakelijk. Zie voor de wijze van toediening de SPC. C ntra-i dicaties: Overg voeligh id voor de werkzame stof of voor een van de verm lde hulpstoffen. Waarschuwingen en voorzorgen: Terugvinden herkom st. Om het terugvind en van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batc hnummer van het to egedi nde product goed gere istreer worden. Algemene aanbevelingen. Overgevo ligheid en anafylaxi . Medisch to zicht n een gepaste medische behandeling moeten altijd onmiddellijk beschikbaar zijn voor het geval dat zich en nafylactische react ie voordoet na de toedi ni g van het vaccin. Na vaccinati is e n nau wlettende observatie gedurende ten minste 15 minuten aanbevolen. Een tweede dosis van het vaccin mag niet worden gegeven aan personen die anafylaxie ondervonden na de eerste dosis Comirnaty. Angstgerelateerde reacties. Angstgerelateerde reacties, waaronder vasovagale reacties (syncope), hyperventilatie of stressgerelateerde reacties, kunnen zich in verband met vaccinatie voordoen als psychogene respons op de naaldprik. Het is belangrijk dat voorzorgen worden genomen om letsel als gevolg van flauwvallen te voorkomen. Gelijktijdige ziekte. Bij personen die een acute ernstige ziekte hebben, die gepaard gaat met koorts, of een acute infectie, moet de vaccinatie worden uitgesteld. Bij aanwezigheid van een lichte infectie en/of laaggradige koorts hoeft de vaccinatie niet worden uitgesteld. Trombocytopenie en stollingsstoornissen. Zoals met andere intramusculaire injecties is voorzichtigheid geboden bij toediening van het vaccin bij personen die met anticoagulantia worden behandeld of personen met trombocytopenie of een stollingsstoornis (zoals hemofilie), omdat zich bij deze personen een bloeding of blauwe plek kan voordoen na een intramusculaire toediening. Immuungecompromitteerde personen. De werkzaamheid, veiligheid en immunogeniciteit van het vaccin zijn niet beoordeeld bij immuungecompromitteerde personen, waaronder personen die met immunosuppressiva worden behandeld. De werkzaamheid van Comirnaty kan minder zijn bij immuungecompromitteerde personen. Duur van de bescherming. De duur van de bescherming die het vaccin biedt is niet bekend, omdat dit met lopende klinische onderzoeken nog wordt bepaald. Beperkingen van de effectiviteit van het vaccin. Zoals met alle vaccins is het mogelijk dat een vaccinatie met Comirnaty niet bij alle gevaccineerden bescherming biedt. Personen zijn mogelijk pas 7 dagen na hun tweede dosis van het vaccin volledig beschermd. Hulpstoffen. Dit vaccin bevat minder dan 1 mmol kalium (39 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘kaliumvrij’ is. Dit vaccin bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is. Bijwerkingen: Zeer vaak ( ≥ 1/10): hoofdpijn, artralgie, myalgie, injectieplaatspijn, vermoeidheid, koude rillingen, pyrexie, zwelling van injectieplaats. Vaak ( ≥ 1/100, <1/10): nausea, injectieplaatsroodheid. Soms ( ≥ 1/1.000, <1/100): lymfadenopathie, insomia, pijn in extremiteit, malaise, injectieplaatspruritus. Zelden ( ≥ 1/10.000, <1/1.000): acute perifere gelaatsparalyse. Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) : anafylaxie, overgevoeligheid. Afleveringsstatus: UR. Verpakking: Comirnaty is verkrijgbaar in injectieflacons voor meervoudige dosering (type I-glas) van 2 ml met een stop (synthetisch broombutylrubber) en een flip-off plastic dop met aluminium verzegeling. Elke injectieflacon bevat 6 doses. Verpakkingsgrootte: 195 injectieflacons Registratienummer: EU/1/20/1528. Vergoeding en prijzen: Comirnaty wordt verstrekt binnen het COVID-19 vaccinatieprogramma. Voor medische informatie over dit product belt u met 0800-MEDINFO (6334636). Registratiehouder: BioNTech Manufacturing GmbH, An der Goldgrube 12, 55131 Mainz, Duitsland. Neem voor correspondentie en inlichtingen contact op met Pfizer bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel . Verkorte productinformatie Comirnaty (opgesteld: februari 2021). De volledige productinformatie (SPC) is op aanvraag verkrijgbaar. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling: Comirnaty bevat COVID-19-mRNA-vaccin (nucleosidegemodificeerd). Eén injectieflacon (0.45 ml) bevat na verdunning 6 doses van 0,3 ml; zie voor meer informatie de SPC. Eén dosis (0,3 ml) bevat 30 microgram COVID- 19-mRNA-vaccin (ingebed in lipidenanodeeltjes). Enkelstrengs, 5’ -capped boodschapper-RNA (mRNA), geproduceerd met behulp van een celvrije in-vitro transcriptie van de overeenkomende DNA- sjablonen, die voor het virale spike-eiwit (S-eiwit) van SARS-CoV-2 coderen. Indicatie: Comirnaty is geïndiceerd voor actieve immunisatie bij personen van 16 jaar en ouder ter preventie van COVID-19 die wordt veroorzaakt door het SARS-CoV-2-virus. Het gebruik van dit vaccin dient te gebeuren in overeenstemming met de officiële aanbevelingen. Farmacotherapeutische categorie: vaccins, andere virale vaccins, ATC-code: J07BX. Dosering: Personen van 16 jaar en ouder. Na verdunning wordt Comirnaty intramusculair toegediend als een kuur van 2 doses (van elk 0,3 ml). Het wordt aanbevolen de tweede dosis 3 weken na de eerste dosis toe te dienen. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de onderlinge verwisselbaarheid van Comirnaty met andere COVID 19 vaccins om de vaccinatiekuur te voltooien. Personen die 1 dosis Comirnaty hebben gekregen, moeten een tweede dosis Comirnaty krijgen om de vaccinatiekuur te voltooien. Pediatrische patiënten. De veiligheid en werkzaamheid van Comirnaty bij kinderen en adolescenten jonger dan 16 jaar zijn nog niet vastgesteld. Er zijn beperkte gegevens beschikbaar. Oudere patiënten. Bij oudere personen ≥ 65 jaar is een aanpassing van de dosering niet noodzakelijk. Zie voor de wijze van toediening de SPC. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de vermelde hulpstoffen. Waarschuwingen en voorzorgen: Terugvinden herkomst. Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Algemene aanbevelingen. Overgevoeligheid en anafylaxie. Medisch toezicht en een gepaste medische behandeling moeten altijd onmiddellijk beschikbaar zijn voor het geval dat zich een anafylactische reactie voordoet na de toediening van het vaccin. Na vaccinatie is een nauwlettende observatie gedurende ten minste 15 minuten aanbevolen. Een tweede dosis van het vaccin mag niet worden gegeven aan personen die anafylaxie ondervonden na de eerste dosis Comirnaty. Angstgerelateerde reacties. Angstgerelateerde reacties, waaronder vasovagale reacties (syncope), hyperventilatie of stressgerelateerde reacties, kunnen zich in verband met vaccinatie voordoen als psychogene respons op de naaldprik. Het is belangrijk dat voorzorgen worden genomen om letsel als gevolg van flauwvallen te voorkomen. Gelijktijdige ziekte. Bij personen die een acute ernstige ziekte hebben, die gepaard gaat met koorts, of een acute infectie, moet de vaccinatie worden uitgesteld. Bij aanwezigheid van een lichte infectie en/of laaggradige koorts hoeft de vaccinatie niet worden uitgesteld. Trombocytopenie en stollingsstoornissen. Zoals met andere intramusculaire injecties is voorzichtigheid geboden bij toediening van het vaccin bij personen die met anticoagulantia worden behandeld of personen met trombocytopenie of een stollingsstoornis (zoals hemofilie), omdat zich bij deze personen een bloeding of blauwe plek kan voordoen na een intramusculaire toediening. Immuungecompromitteerde personen. De werkzaamheid, veiligheid en immunogeniciteit van het vaccin zijn niet beoordeeld bij immuungecompromitteerde personen, waaronder personen die met immunosuppressiva worden behandeld. De werkzaamheid van Comirnaty kan minder zijn bij immuungecompromitteerde personen. Duur van de bescherming. De duur van de bescherming die het vaccin biedt is niet bekend, omdat dit met lopende klinische onderzoeken nog wordt bepaald. Beperkingen van de effectiviteit van het vaccin. Zoals met alle vaccins is het mogelijk dat een vaccinatie met Comirnaty niet bij alle gevaccineerden bescherming biedt. Personen zijn mogelijk pas 7 dagen na hun tweede dosis van het vaccin volledig beschermd. Hulpstoffen. Dit vaccin bevat minder dan 1 mmol kalium (39 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘kaliumvrij’ is. Dit vaccin bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is. Bijwerkingen: Zeer vaak ( ≥ 1/10): hoofdpijn, artralgie, myalgie, injectieplaatspijn, vermoeidheid, koude rillingen, pyrexie, zwelling van injectieplaats. Vaak ( ≥ 1/100, <1/10): nausea, injectieplaatsroodheid. Soms ( ≥ 1/1.000, <1/100): lymfadenopathie, insomia, pijn in extremiteit, malaise, injectieplaatspruritus. Zelden ( ≥ 1/10.000, <1/1.000): acute perifere gelaatsparalyse. Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) : anafylaxie, overgevoeligheid. Afleveringsstatus: UR. Verpakking: Comirnaty is verkrijgbaar in injectieflacons voor meervoudige dosering (type I-glas) van 2 ml met een stop (synthetisch broombutylrubber) en een flip-off plastic dop met aluminium verzegeling. Elke injectieflacon bevat 6 doses. Verpakkingsgrootte: 195 injectieflacons Registratienummer: EU/1/20/1528. Vergoeding en prijzen: Comirnaty wordt verstrekt binnen het COVID-19 vaccinatieprogramma. Voor medische informatie over dit product belt u met 0800-MEDINFO (6334636). Registratiehouder: BioNTech Manufacturing GmbH, An der Goldgrube 12, 55131 Mainz, Duitsland. Neem voor correspondentie en inlichtingen contact op met Pfizer bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel . 44 | PRIX GALIEN NEDERLAND 2020-2021 Verkor Productinformatie Y scart ® Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. SAMENSTELLING: Elke voor de patiënt specifieke enkele infuuszak met Yescarta bevat een dispersie van anti-CD19 CAR T cellen in ongeveer 68 ml voor een richtdosis van 2 x 10 6 anti-CD19 CAR-positieve levensvatbare T cellen/kg lichaamsgewicht (spreidi g: 1 x 10 6 – 2 x 10 6 celle /kg), t een maximum van 2 x 10 8 anti-CD19 CAR T cellen. INDICATIES: Yescarta is geïndiceerd voor de beha d li g van volwassen patiënten met recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-c llymfoom (DLBCL) en primair mediastinaal grootcellig B-cellymfoom (PMBCL), na twee of meer lijnen systemische therapie. DOSERING : Yescarta moet worden toegediend in een gekwalificeerde klinische instelling. Behandeling met YESCARTA moet worden gestart onder begeleiding en supervisie van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg met ervaring in de behandeling van he atol gische maligne aandoeni gen, die is opgeleid in het beheer en management van patiënten die worden behandeld met Yescarta. Voorafgaand aan de infusie van Yescarta moeten er ten minste 1 dosis tocilizumab, voor gebruik in geval van cytokine-release-syndroom (CRS), en noodhulpapparatuur beschikbaar zijn. Het behandelcentrum moet binnen 8 uur na elke voorgaande dosis toegang hebben tot een extra dosis tocilizumab. Yescarta is uitsluitend bedoeld voor autoloog gebruik. Een enkelvoudi dosis Yescarta b vat 2 x 10 6 CAR-positieve levensvatbare T cellen per kg li haamsgewicht (of maximaal 2 x 10 8 CAR-positi ve l vensvatbare T cellen voor patiënten van 100 kg of meer) in o eve r 68 ml dispersie in een infuuszak. De beschikbaarheid van Yescarta moet worden bevestigd voorafgaand aan het starten van de lymfodepletie. Zie de SmPC voor uitgebreide informatie over dosering, bereiding en toediening. CONTRA-INDICATIES: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. De contra-indicaties van de lymfodepletie-chemotherapie dienen in overweging te worden ge omen. BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGEN BIJ GEBRUIK: Algemee : Vanw ge de risico’s die n verband worden gebracht met een behandeling met YESCARTA, dient de infusie te worden uitgesteld als de patiënt last krijgt van: *Onopgeloste ernstige bijwerkingen (met name reacties van de longen, reacties van het hart of hypotensie) met inbegrip van bijwerkingen van eerdere chemotherapieën; *Actieve, niet onder controle gebrachte infectie; *Actieve graft-versus- h stziekte (GVHD). Patiënten die et Yescarta zijn behandeld, moge geen bloed, organen, weefsels en cellen doneren voor transplantatie. Yescarta is uitsluitend bedo ld voor autoloog gebruik en mag niet worden toegediend aan ander patiënten. Voorafgaand aan infusie moet gecontroleerd worden of de identiteit van de patiënt overeenkomt met de patiëntgegevens op de Yescarta-infuuszak en -cassette. Dien Yescarta niet via infusie toe als de gegevens op het voor de patiënt specifieke etiket niet overeenkomen m t die van de beoogde patiënt. Lymfoom in het centraal zenuwstelsel (CZS): Er is geen ervaring van Yescarta bij patienten met pri air CZS-lymfoom. Daarom zijn de risico’s/baten van Yescart bij deze populatie niet vastgested. Cytokine-release-syndroom (CRS): Vrijwel alle patiënten hebben een zekere mate van CRS ervaren. Ernstige CRS, met inbegrip van levensbedreigende en fatale reacties, werd zeer vaak waargenomen met Yescarta, met een tijd tot eerste symptomen van 1 tot 12 dagen. Zie de SmPC voor CRS gradering en behandelrichtlijnen. Neurologische bijwerkingen: Ernstge n urolo ische bijwerkingen zijn zeer vaak waargenomen bij patiënten die werden behandeld t Yescarta, en konden levensbedreigend of fataal zijn. Patiënten met een voorgeschiedenis van stoornissen van het centraal zenuwstelsel, zoals insulten of cerebrovasculaire ischemie, kunnen een verhoogd risico lopen. Zie de SmPC voor uitgebreide gradering en behandelrichtlijnen van neurologische bijw rkingen. Infecties en febriele neutropenie: Patiënten dienen te worden gecontroleerd op tekenen en symptomen van infectie voorafgaand aan, tijdens en na infusie van Yescarta en dienovereenkomstig te worden behandeld. Profylactische antimicrobiële middelen dienen conform de standaardrichtlijnen van de instelling te worden toegediend. Bij febriele neutropenie moet worden vastgesteld of er sprake is van infectie en moet die worden behandeld met breedspectrumantibiotica, vocht en andere ondersteunende zorg zoals medisch geïndiceerd. HBV- reactivatie: Er dient een screening op HBV, HCV en HIV te worden uitgevoerd conform de klinische richtlijnen voorafgaand aan afname van cellen voor verwerking van Yescarta. Langdurige cytopenieën: van graad 3 of hoger traden zeer vaak op na infusie van Yescarta, waaronder trombocytopenie, neutropenie en anemie. Controleer de bloedceltellingen na infusie van Yescarta. Hypogammaglobulinemie: is zeer vaak waargenomen bij patiënten die met Yescarta werden behandeld. De immunoglobulineconcentraties dienen na behandeling met Yescarta gecontroleerd en behandeld te worden met voorzorgsmaatregelen tegen infecties, antibioticaprofylaxe en immunoglobulinesubstitutie. Overgevoeligheidsreacties: Er kunnen allergische reacties optreden met de infusie van Yescarta. Secundaire maligniteiten: Patiënten die met Yescarta worden behandeld, kunnen secundaire maligniteiten ontwikkelen. Controleer patiënten levenslang op secundaire maligniteiten. Neem wanneer zich een secundaire maligniteit voordoet, contact op met het bedrijf voor instructies over het afnemen van patiëntenmonsters voor testen. Tumorlysissyndroom (TLS): Tekenen en symptomen van TLS dienen gecontroleerd te worden Verkorte Productinformatie Yescarta ® Dit g nee middel is onderworpen aan aa vullende monitoring. SAMENSTELLING: Elke voor de patiënt specifieke enkele infuuszak met Yescarta bevat een dispersie van anti-CD19 CAR T cellen in ongeveer 68 ml voor een richtdosis van 2 x 10 6 anti-CD19 CAR-positieve levensvatbare T cellen/kg lichaamsgewicht (spreiding: 1 x 10 6 – 2 x 10 6 cellen/kg), met een maximum van 2 x 10 8 anti-CD19 CAR T cellen. INDICATIES: Yescarta is geïndiceerd voor de behandeling van v lwassen patiënten met recidiverend of r fractair diffuus gr otcellig B-cellymfoom (DLBCL) en primair mediastinaal grootcellig B-cellymfoom (PMBCL), na twee of meer lijnen systemische therapie. DOSERING : Yescarta moet worden toegediend in een gekwalificeerde klinische instelling. Behandeling met YESCARTA moet worden gestart onder begeleiding en supervisie van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg met ervaring in de behandeling van he atologische aligne aandoeningen, die is opgeleid in het beheer en management van patiënten die worden behandeld met Yes arta. Voorafgaa d aan de i fusie van Yescarta moeten r ten minste 1 dosis tocili umab, voor gebruik in geval van cytokine-release-syndroom (CRS), en noodhulpapparatuur beschikbaar zijn. Het behandelcentrum moet binnen 8 uur na elke voorgaande dosis toegang hebben tot een extra dosis tocilizumab. Yescarta is uitsluitend bedoeld voor autoloog gebruik. Een enkelvoudige dosis Yescarta bevat 2 x 10 6 CAR-positieve levensvatbare T cellen per kg lichaamsgewicht (of maximaal 2 x 10 8 CAR-positieve levensvatbare T cellen voor patiënten van 100 kg of meer) in ongeveer 68 ml dispersie in een infuuszak. D beschikbaarheid van Yescarta moet wor en bevestigd voorafgaa d a n t starten va de lymfodepletie Zie de SmPC voor uitgebreide informatie over dosering, bereiding en toediening. CONTRA-INDICATIES: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. De contra-indicaties van de lymfodepletie-chemotherapie dienen in overweging te worden genomen. BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGEN BIJ GEBRUIK: Algemeen: Vanwege de risico’s die in verband worden gebracht met een behandeling met YESCARTA, dient de infusie te worden uitgesteld als de patiënt last krijgt van: *Onopgeloste ernstige bijwerkingen (met name reacties van de longen, reacties van het hart of hypotensie) met inbegrip van bijwerkingen van eerdere chemotherapieën; *Actieve, niet onder controle gebrachte infectie; *Actieve graft-versus- hostziekte (GVHD). Patiënten die met Yescarta zijn behandeld, mogen geen bloed, organen, weefsels en cellen doneren voor transplantatie. Yescarta is uitsluitend bedoeld voor autoloog bruik en mag niet worde toegediend aan andere patiënten. V orafga nd aan infusie moet gecontroleerd worden of de identit it van de patiënt overeenkomt met de patiëntgegevens op de Yescarta-infuuszak en -cassette. Dien Yescarta niet via infusie toe als de gegevens op het voor de patiënt specifieke etiket niet overeenkomen met die van de beoogde patiënt. Lymfoom in het centraal zenuwstelsel (CZS): Er is geen ervaring van Yescarta bij patienten met primair CZS-lymfoom. D arom zijn de risico’s/baten va Yescarta bij deze populatie niet vastgesteld. Cytokine-release-syndroom (CRS): Vrijwel alle patiënten hebben een zekere mate van CRS ervaren. Ernstige CRS, met inbegrip van levensbedreigende en fatale reacties, werd zeer vaak waargenomen met Yescarta, met een tijd tot eerste symptomen van 1 tot 12 dagen. Zie de SmPC voor CRS gradering en behandelrichtlijnen. Neurologische bijwerkingen: Ernstige neurologische bijw rkingen zijn zeer vaak waargenomen bij patiënten die werden behan eld m t Yescarta, en konden levensbedreigend of fataal zijn. Patiënten m t een voorgeschiedenis van stoornissen van het centraal zenuwstelsel, zoals insulten of cerebrovasculaire ischemie, kunnen een verhoogd risico lopen. Zie de SmPC voor uitgebreide gradering en behandelrichtlijnen van neurologische bijwerkingen. Infecties en febriele neutropenie: Patiënten dienen te worden gecontroleerd op tekenen en symptomen van infectie voorafgaand aan, tijdens en na infusie van Yescarta en dienovereenkomstig te worden behandeld. Profylactische antimicrobiële middelen dienen conform de standaardrichtlijnen van de instelling te worden toegediend. Bij febriele neutropenie moet worden vastgesteld of er sprake is van infectie en moet die worden behandeld met breedspectrumantibiotica, vocht en andere ondersteunende zorg zoals medisch geïndiceerd. HBV- reactivatie: Er dient een screening op HBV, HCV en HIV te worden uitgevoerd conform de klinische richtlijnen voorafgaand aan afname van cellen voor verwerking van Yescarta. Langdurige cytopenieën: van graad 3 of hoger traden zeer vaak op na infusie van Yescarta, waaronder trombocytopenie, neutropenie en anemie. Controleer de bloedceltellingen na infusie van Yescarta. Hypogammaglobulinemie: is zeer vaak waargenomen bij patiënten die met Yescarta werden behandeld. De immunoglobulineconcentraties dienen na behandeling met Yescarta gecontroleerd en behandeld te worden met voorzorgsmaatregelen tegen infecties, antibioticaprofylaxe en immunoglobulinesubstitutie. Overgevoeligheidsreacties: Er kunnen allergische reacties optreden met de infusie van Yescarta. Secundaire maligniteiten: Patiënten die met Yescarta worden behandeld, kunnen secundaire maligniteiten ontwikkelen. Controleer patiënten levenslang op secundaire maligniteiten. Neem wanneer zich een secundaire maligniteit voordoet, contact op met het bedrijf voor instructies over het afnemen van patiëntenmonsters voor testen. Tumorlysissyndroom (TLS): Tekenen en symptomen van TLS dienen gecontroleerd te worden en voorvallen dienen behandeld te worden overeenkomstig de standaardrichtlijnen. INTERACTIES: Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd met Yescarta. Vaccinatie met levende virusvaccins wordt niet aanbevolen gedurende minstens 6 weken voorafgaand aan het starten van de lymfodepletie-chemotherapie, tijdens behandeling met Yescarta en tot herstel van het immuunsysteem na behandeling met Yescarta. VRUCHTBAARHEID, ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING: Zwangerschap: Yescarta wordt niet aanbevolen voor vrouwen die zwanger zijn of voor vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie gebruiken. Zwangere vrouwen dienen geïnformeerd te worden over de mogelijke risico’s voor de foetus. Een zwangerschap na behandeling met Yescarta dient te worden besproken met de behandelende arts. Borstvoeding: Vrouwen die borstvoeding geven, moeten worden gewaarschuwd voor het potentiële risico voor het kind dat borstvoeding krijgt. Vruchtbaarheid: Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over het effect van Yescarta op de vruchtbaarheid. Effecten op de vruchtbaarheid bij mannen en vrouwen zijn niet geëvalueerd in dieronderzoek. BEÏNVLOEDING VAN DE RIJVAARDIGHEID EN VAN HET VERMOGEN OM MACHINES TE BEDIENEN: Yescarta heeft grote invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Vanwege de kans op neurologische voorvallen, met inbegrip van veranderde psychische toestand of insulten, mogen patiënten niet rijden en geen zware of mogelijk gevaarlijke machines bedienen tot minstens 8 weken na de infusie of totdat neurologische bijwerkingen zijn verdwenen. BIJWERKINGEN: Zeer vaak: infecties met niet-gespecificeerde pathogenen, virusinfecties, bacteriële infecties, leukopenie, neutropenie, anemie, trombocytopenie, CRS, hypogammaglobulinemie, uitdroging, verminderde eetlust, hypofosfatemie, hyponatriëmie, gewichtsafname, delier, angst, encefalopathie, hoofdpijn, tremor, duizeligheid, afasie, tachycardie, aritmie, hypotensie, hypertensie, hoesten, benauwdheid, hypoxie, pleurale effusie, diarree, misselijkheid, braken, constipatie, buikpijn, droge mond, functiestoornis motoriek, pijn in extremiteit, rugpijn, artralgie, spierpijn, vermoeidheid, pyrexie, oedeem, rillingen, alanineaminotransferase verhoogd, aspartaataminotransferase verhoogd. Vaak: schimmelinfecties, coagulopathie, overgevoeligheid, hematofagocytaire histiocytose, hypocalciëmie, hypoalbuminemie, slapeloosheid, ataxie, neuropathie, insulten, dyscalculie, myoclonus, hartstilstand, hartfalen, trombose, capillairleksyndroom, longoedeem, dysfagie (gemeld bij neurologische toxiciteit en encefalopathie), huiduitslag, nierinsufficiëntie, bilirubine verhoogd. Soms: ruggenmergoedeem, myelitis, quadriplegie. Zie ook de SmPC. FARMACOTHERAPEUTISCHE GROEP: Andere antineoplastische middelen, ATC-code: nog niet toegewezen. AFLEVERSTATUS: U.R. PRIJS : Zie Z-index. VERGOEDING: Op verstrekking van dit geneesmiddel bestaat aanspraak krachtens en onder de voorwaarden van de Nederlandse Zorgverzekeringswet en begeleidende uitvoeringswetgeving. VERGUNNING: EU/1/18/1299/001 REGISTRATIEHOUDER: Kite Pharma EU B.V., Hoofddorp LOKALE VERTEGENWOORDIGER: Gilead Sciences Netherlands B.V., Claude Debussylaan 22, 1082 MD Amsterdam DATUM: Deze tekst is het laatst herzien in juli 2020. NL-CTH-2020-01-0023 v2.0. Voor de volledige productinformatie zie de geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken. Verkorte Productinformatie Veklury ® ▼ (remdesivir) Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullendemonitoring. SAMENSTELLING: 100 mg remdesivir. FARMACEUTISCHE VORM: poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie (poeder voor concentraat); concentraat voor oplossing voor infusie (steriel concentraat). INDICATIES: Veklury (remdesivir) is geïndiceerd voor de behandeling van coronavirus disease 2019 (COVID-19) bij volwassenen en jongeren (vanaf 12 jaar die minstens 40 kg wegen) met pneumonie die aanvullende zuurstof nodig hebben (zuurstoftoediening met lage of hoge flowof andere niet-invasieve beademing bij het begin van de behandeling). DOSERING: Het gebruik van remdesivir is voorbehouden aan zorgfaciliteiten waar patiënten nauwgezet kunnen worden opgevolgd. De aanbevolen dosis is één enkelvoudige ladingsdosis van 200 mg remdesivir toegediend via intraveneuze infusie op dag 1, gevolgd door een eenmaal daagse 100 mg toediening via intraveneuze infusie vanaf dag 2. De totale duur van de behandeling dient minstens 5 dagen en maximaal 10 dagen te zijn. Zie de SmPC voor verdere details. CONTRA-INDICATIES: Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor één van de hulpstoffen. BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGEN BIJ GEBRUIK: Overgevoeligheid met inbegrip van infusiegerelateerde en anafylactische reacties: Overgevoeligheidsreacties met inbegrip van infusiegerelateerde en anafylactische reacties zijn waargenomen tijdens en na de toediening van remdesivir. Als zich tekenen en symptomen van een klinisch significante overgevoeligheidsreactie voordoen, dient de toediening van remdesivir onmiddellijk te worden gestaakt en dient passende behandeling te worden gestart. Zie de SmPC voor tekenen en symptomen van een klinisch significante overgevoeligheidsreactie. Verhoogde transaminasen: In klinische studies met remdesivir zijn verhoogde transaminase-waarden waargenomen, zowel bij gezonde vrijwilligers als bij patiënten met COVID-19. De leverfunctie dient te worden bepaald bij alle patiënten voordat wordt gestart met remdesivir en dient te worden opgevolgd tijdens de behandeling ermee, zoals klinisch aangewezen. Remdesivir mag alleen worden gebruikt bij patiënten met een leverfunctiestoornis indien het potentiële voordeel groter is dan het potentiële risico. Nierfunctiestoornissen: Bij alle patiënten moet vóór het starten met remdesivir en vervolgens zoals klinisch aangewezen gedurende de toediening ervan, de eGFR worden bepaald. Remdesivir mag niet worden gebruikt bij patiënten met eGFR <30 ml/min. Hulpstoffen: Remdesivir bevat natriumsulfobutyletherbèta-cyclodextrine dat via de nieren wordt uitgescheiden en zich ophoopt bij patiënten met een verminderde nierfunctie, wat mogelijk een negatief effect heeft op de nierfunctie. Remdesivir mag derhalve niet worden gebruikt bij patiënten met eGFR <30 ml/min. Risico van verminderde antivirale activiteit bij gelijktijdige toediening met chloroquine of hydroxychloroquine: Gelijktijdige toediening van remdesivir en chloroquinefosfaat of hydroxychloroquinesulfaat wordt niet aanbevolen op basis van in vitro gegevens die een antagonistisch effect van chloroquine op de intracellulaire metabole activering en antivirale activiteit van remdesivir aantonen. INTERACTIES: Er is geen klinisch onderzoek naar interacties uitgevoerd met remdesivir. Momenteel is het totale potentieel voor interacties onbekend. Op de dagen dat remdesivir wordt toegediend, dienen de patiënten nauwlettend te worden geobserveerd. Als gevolg van het in vitro waargenomen antagonisme, wordt het gelijktijdige gebruik van remdesivir met chloroquinefosfaat of hydroxychloroquinesulfaat niet aanbevolen. Zie de SmPC voor effecten van remdesivir op andere geneesmiddelen. VRUCHTBAARHEID, ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING : Zwangerschap: Remdesivir mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap tenzij de medische toestand van de vrouw behandeling met remdesivir vereist. Vrouwen die zwanger kunnen worden moeten tijdens de behandeling effectieve anticonceptie gebruiken. Borstvoeding: Vanwege de mogelijk virale transmissie naar SARS-CoV-2-negatieve kinderen en bijwerkingen van het geneesmiddel bij zuigelingen die borstvoeding krijgen, moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met remdesivir moet worden gestaakt dan wel niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van de borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen. Vruchtbaarheid: Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van remdesivir op de vruchtbaarheid van mensen. BEÏNVLOEDING VAN DE RIJVAARDIGHEID EN VAN HET VERMOGEN OM MACHINES TE BEDIENEN: Van remdesivir wordt voorspeld dat het geen of een verwaarloosbare invloed heeft op deze vermogens. BIJWERKINGEN: Zeer vaak (( ≥ 1/10): verhoogde transaminasen. Vaak ( ≥ 1/100, <1/10): hoofdpijn, misselijkheid, huiduitslag. Zelden ( ≥ 1/10.000, <1/1.000): overgevoeligheid, infusiegerelateerde reactie. FARMACOTHERAPEUTISCHE GROEP: Antivirale middelen voor systemisch gebruik, direct werkende antivirale middelen, andere antivirale middelen, ATC-code: nog niet toegewezen. AFLEVERSTATUS: U.R. VERGUNNING: EU/1/20/1459/001 en EU/1/20/1459/002. REGISTRATIEHOUDER: Gilead Sciences Ireland UC, Ierland. LOKALE VERTEGENWOORDIGER: Gilead Sciences Netherlands B.V., Claude Debussylaan 22, 1082 MD Amsterdam. DATUM: Deze tekst is het laatst herzien in december 2020. NL-GIL-2020-06-0004 (v2.0). Voor de volledige productinformatie zie de geregistreerde Samenvatting van deProductkenmerken op www.veklury.eu/nl.
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=