Prix Galien
Thomas Dorlo is altijd geïnteresseerd in de nieuwste methodologieën in zijn vakgebieden farmacometrie en populatie-farmacokinetiek. Zijn kennis zet hij bij voorkeur in voor populaties die minder toegang hebben tot geneesmiddelen, zoals kinderen met tropenziektes. Zijn onderzoeksgroep in het Nederlands Kanker Instituut telt daarom zowel promovendi die werken aan nieuwe methodieken als onderzoekers die met externe fondsenwerving werken aan parasitaire infectieziekten. ‘Ik ben zeer idealistisch en altijd op zoek naar hoe ik met mijn expertise het verschil kan maken. Ik ben vooral geïnteresseerd in verwaarloosde en speciale populaties die zelden onderzocht worden door de farmaceutische industrie, omdat die weinig interesse in deze groepen heeft, zoals jonge kinderen, zwangere vrouwen en kinderen met tropenziektes. Ik voel me geroepen iets te doen. Het aantal klinisch farmacologen dat zich inzet voor onderzoek bij deze populaties is op een hand te tellen. Ik ben expert in een niche.’ Farmacometrie zoekt naar wiskundige modellen die de geneesmiddelenconcentraties en –distributie in het lichaam kunnen voorspellen, en de relatie kunnen leggen met het effect. Als de relatie tussen blootstelling en effect bekend is, is het mogelijk om de optimale dosis te bepalen, waarbij het geneesmiddel effectief is zonder te veel bijwerkingen. Op grond van extrapolaties zijn dan voorspellingen mogelijk voor specifieke patiëntengroepen. Dorlo werkte al sinds zijn master met miltefosine, een oud kankermiddel dat onderzocht wordt voor hergebruik bij de parasitaire aandoening Leishmaniasis. PRIX GALIEN NEDERLAND 2020-2021 RESEARCH AWARD ‘Ik ben altijd op zoek naar hoe ik het verschil kan maken’ GENOMINEERDE RESEARCH AWARD Thomas Dorlo 16 | PRIX GALIEN NEDERLAND 2020-2021 Eerst deed hij onderzoek bij Nederlandse militairen in Afghanistan. Tijdens zijn promotie en daarna deed hij onderzoek bij kinderen in onder meer Nepal, India, Colombia en Oost-Afrika. De ontdekking die hij daar ongeveer drie jaar geleden deed, ziet hij als hoogtepunt van zijn carrière als onderzoeker. ‘Het middel werkte fantastisch in India, maar niet in Oost-Afrika. Daar werden vooral kinderen nadat ze aanvankelijk beter werden, opnieuw ziek. Ze bleken te laag blootgesteld. De dosering werkte goed bij volwassenen en was ruwweg op basis van lichaamsgewicht naar kinderen vertaald. Maar kinderen klaren het geneesmiddel sneller en dus kwam de geneesmiddelenconcentratie lager uit. Dat wisten we wel vanuit de theorie, maar we wisten toen niet wat de minimaal benodigde blootstelling was. We hebben een nieuw doseringsschema ontworpen en getest in Kenia en Oeganda. De kinderen reageerden fantastisch, een proportie van 90 procent werd beter zonder relaps. Deze dosering wordt nu uitgerold in heel Oost-Afrika en India.’ Dorlo onderzoekt nu de behandeling van de cutane vorm van Leishmaniasis. ‘Dit onderzoek is nog in een prille fase. Laesies in de huid verbeteren heel langzaam. Het is dan heel moeilijk de behandeling in een klinische trial te vatten. We moeten eerst voorspellen hoe het geneesmiddel in de huidlagen doordringt en wat de interactie is tussen het effect op de immuunrespons van de patiënt en op de parasiet.’ Het werk van Dorlo is altijd een wisselwerking tussen methode en toepassing. Hij is voorzitter van een van de meest vooraanstaande conferenties op het gebied van van populatiefarmacokinetiek en -dynamiek, waar nieuwe modellen en simulatietechnieken binnen de klinische farmacologie worden ontwikkeld. ‘Vanuit mijn intrinsieke nieuwsgierigheid ben ik altijd op zoek naar nieuwe modelleringstechnieken. Maar als ik een nieuwe techniek ontdek, dan zoek ik altijd naar hoe ik deze kan gebruiken in een klinische omgeving. Mijn werk begint daarom bijna altijd met een klinisch probleemmet patiënten die niet responderen, ziek blijven of waar het geneesmiddel niet werkt. En daar liggen altijd uitdagingen, zeker als het gaat om verwaarloosde patiënten en patiëntengroepen.’ •
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=